Waarom kiest een arts voor antroposofische geneeskunde?

huisartsen1Waarom kiest een regulier opgeleide huisarts ervoor om antroposofische geneeskunde te gaan bedrijven? Een geneeswijze die zich niet uitsluitend baseert op evidence-based onderzoek, maar op het vierledige mensbeeld van Rudolf Steiner en zijn visie op ziekte en gezondheid. We vroegen het aan drie huisartsen.

Tekst: Hester Anschütz

 

“Ik neem echt niet alles van de antroposofische geneeskunde klakkeloos over”

maud-de-bruijnMaud de Bruijn, sinds 2005 werkzaam als huisarts bij Therapeuticum Utrecht, was voorheen zeven jaar regulier huisarts:

“Het Therapeuticum in Utrecht leek mij tien jaar geleden de plek waar ik mogelijk iets aan mijn werk kon toevoegen dat verder ging dan slechts ´kookboekgeneeskunde´. In de reguliere geneeskunde constateer je een probleem bij een patiënt, vervolgens sla je het receptenboek als het ware open en zoek je het middel dat het probleem oplost. Ik wilde graag iedereen met iets van waarde mijn deur uit laten gaan en ervoer bij de reguliere geneeskunde armoede op dit punt. De antroposofische geneeskunde geeft mij extra gereedschap om mensen iets mee te geven.

Destijds werd ik door Casper Post Uiterweer, huisarts bij het Therapeuticum, gevraagd om in Utrecht te komen werken. We kenden elkaar van een gezamenlijke huisartsendienst. De eerste keer dat hij mij vroeg, had ik het woord antroposofie volgens mij nog bijna nooit gehoord. Toen hij mij voor de derde keer vroeg, ben ik er eens gaan kijken. Op dat moment kwamen in mijn leven een aantal dingen samen, zoals mijn interesse in natuurgeneeskunde en mijn zoektocht naar spiritualiteit in de zorg. Het Utrechtse Therapeuticum leek mij de plek waar deze dingen voor mij bij elkaar zouden kunnen komen.
Ik neem echt niet alles van de antroposofische geneeskunde klakkeloos over. Op sommige punten haak ik zelfs af. Niet omdat er voor de effectiviteit van methoden en middelen van de antroposofische geneeskunde minder bewijs zou zijn dan bij reguliere middelen. Daar heb ik geen moeite mee. Er zijn binnen de reguliere huisartsgeneeskunde ook nog zoveel dingen die niet bewezen zijn en die zogeheten ‘ervaringsgeneeskunde’ zijn. Maar ik heb soms mijn twijfels bij middelen op homeopathische basis, waar geen enkel werkend molecuul meer in zit. Daar ben ik nog wat zoekende in.

Ik maak als arts vrij veel gebruik van de aanvullende therapieën die we hier in het Therapeuticum hebben, zoals de uitwendige therapie, ritmische massages of kunstzinnige therapie. Dankzij het antroposofische vierledige mensbeeld begrijp ik beter hoe je bijvoorbeeld bij allergische klachten kunstzinnige therapie kunt inzetten. Dat je om een lichamelijke allergie te beteugelen met oefeningen op papier gaat werken, lijkt een idioot idee. Dankzij het antroposofische mensbeeld van lichaam, etherlichaam, ziel en geest begrijp ik hoe kunstzinnig werk kan inwerken op het etherische, op de vitale krachten, die bij allergieën te ongebreideld aanwezig zijn.

Ik ben niet geregistreerd als antroposofisch arts. Ik heb de antroposofische artsenopleiding voor een groot gedeelte gedaan, maar heb deze uiteindelijk, mede door twee zwangerschappen, niet afgemaakt. Misschien doe ik dat ooit nog, maar of ik me laat registreren, weet ik niet. Ik vind alle anti-kwakzalfbewegingen en de heftigheid waarmee je soms bejegend wordt als je uitgesproken antroposofisch bent, lastig. Antroposofie is een prima insteek, maar ik heb soms wat moeite met de dogmatiek en hoe daarmee wordt omgegaan.”

 

“Het sluit elkaar niet uit, de reguliere en de antroposofische geneeskunde”

thomas-garbe-no-txtThomas Garbe, sinds zijn afstuderen in 1992 huisarts bij Therapeuticum Helianth, Rotterdam:

“Toen ik tijdens mijn coschappen door een vriendin van mij werd meegenomen naar een lezing van de huisarts Frank Wijnbergh over antroposofische geneeskunde, dacht ik: ‘Zo wil ik met mensen omgaan.’ Ik merkte dat hij anders naar mensen keek, meer vanuit zijn hart, dan ik gewend was van de specialisten die ik in het ziekenhuis dagelijks meemaakte. Voor de specialisten stonden patiënten duidelijk op een lager niveau dan zij, die moesten vooral doen wat de dokter hen zei en verder niets. Het waren bij die lezing ook geen gekke zweverige toestanden, geen gebedsgenezers zal ik maar zeggen. Voor zulke zaken ben ik allergisch, daar moet ik niets van hebben.

Ik ben gaan lezen over antroposofie, over de diverse aspecten ervan, zoals het bankwezen, de kerk en de scholen. Dat sprak me aan. Antroposofie voegt op al die gebieden in het leven iets toe. In de gezondheidszorg vond en vind ik het menselijke aspect boeiend. Dat je als arts ook aandacht hebt voor het levensverhaal van de mens tegenover je, hoe dat mogelijk een rol kan spelen bij een ziekte. Dat maakt mijn beroep als huisarts boeiend.
Ik ben geboren in Duitsland, heb tot mijn achttiende jaar in Bremen gewoond. Hierna ben ik in Amsterdam geneeskunde gaan studeren. Na mijn afstuderen kon ik meteen in het Therapeuticum in Rotterdam terecht. Ik ben daar begonnen en heb cursussen gevolgd op het gebied van antroposofische geneeskunde. Een echte opleiding bestond in 1992 nog niet. Nu is dat allemaal anders georganiseerd. Ik ben gecertificeerd lid van de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Artsen (NVAA).

Door antroposofische geneeskunde te gaan doen, verlaat je wel een beetje het pad van de reguliere geneeskunde, maar toch ook weer niet. Het sluit elkaar niet uit, de reguliere en de antroposofische geneeskunde, dat vind ik het mooie eraan. Bij homeopathische geneeskunde bijvoorbeeld, doe je alleen nog maar dat. Ik heb het reguliere niet verlaten, ik heb zowel reguliere als antroposofische patiënten en patiënten die gewoon iets willen dat werkt.

Ik vind de samenwerking binnen het therapeuticum misschien wel het belangrijkste aspect aan het antroposofische geneeskunde bedrijven. Je doet het niet alleen, je kunt met elkaar overleggen, patiënten bespreken. Ik ben geen solist. En met het gereedschap dat de antroposofische geneeskunde mij geeft, hoef ik niet zo snel tegen een patiënt te zeggen: 'Daar moet je maar mee leren leven'. Dat geeft lol aan mijn werk.”

 

“Vanuit de antroposofische visie kijk ik naar het bredere plaatje”

helena-marynsHelena Maryns, sinds haar afstuderen in 2006 huisarts in Gent (België):

“Ik vind dat de antroposofie een heel handig kader geeft om als arts mee te werken. Antroposofie weerlegt niets van de klassieke geneeskunde, maar neemt een breder referentiekader, waardoor je een ziekte meer procesmatig kunt bekijken. Ik vind dat het werk daardoor levendiger wordt, niet meer zo droog en koud, maar echt niet minder exact dan de klassieke geneeskunde. Vanuit het referentiekader van het vierledige mensbeeld kun je heel exact werken, dat is geen onzin.

Als je het etherlichaam wilt bestuderen bijvoorbeeld, heb je binnen de antroposofische geneeskunde duidelijke punten waarop je kunt gaan kijken. Zo kun je bij kinderen kijken hoe vitaal ze zijn. Dan meet je niet hoe groot of zwaar ze zijn, maar je kijkt of ze wallen onder hun ogen hebben, of ze bleek zijn, of ze goede of selectieve eters zijn en of ze goed slapen. Als een kind minder vitaal is, kun je vervolgens nagaan hoe dat komt. Ontstaat dit vanuit het stofwisselingsgebied of is het meer een zielenprobleem, dus hebben ze stress? Vanuit welk gebied werkt er iets in op de vitaliteit en hoe kun je dat corrigeren? De klassieke geneeskunde zal al snel zeggen dat een kind iets psychologisch heeft en hem naar de kinderpsycholoog sturen. Vanuit de antroposofische geneeskunde kijk je naast het psychologische niveau ook naar het astrale niveau en zoek je naar mogelijke inwerking op het emotionele niveau, met kunstzinnige therapie of bijvoorbeeld prikkelbeperking.

Ik heb de antroposofische geneeskunde tijdens mijn studie aan de universiteit van Gent leren kennen op een conferentie in Dornach. Daarvan is mij vooral dat beeldende en de procesmatige benadering van de dingen bijgebleven. Ik kende de antroposofie al van mijn tijd op de Steinerschool (zo noemt men de vrijeschool in België, red.), maar dit seminar was toch deels een eyeopener voor me. In de klassieke geneeskunde kijk je meer symptomatisch: je ziet een aantal klachten van de patiënt en dan geef je er een middel voor. Waar problemen zijn, daar los je het op. Dus als iemand diabetes heeft, dan geef je antidiabetica, heb je een hoge bloeddruk, dan geef je daar iets tegen. Vanuit de antroposofische visie kijk ik naar het bredere plaatje.

Ik noem mij niet specifiek antroposofisch arts. Als mensen ernaar vragen, benoem ik het wel, maar ik profileer me niet als zodanig. Ik vind dat ik mijn patiënten vooral moet garanderen dat ik goede geneeskunde verzorg. Ik voel me vooral een huisarts.”

 

huisarten2