De bedoeling van onderwijs


Gert Biesta 2Gert Biesta is sinds enige tijd een veelgevraagd en geliefd spreker in vele onderwijskringen. Zijn zoektocht naar de bedoeling van onderwijs raakt ‘de onderbuik’ van velen. Waarom slaat zijn verhaal zo aan? “Iemand zei me dat ik woorden gaf aan wat ze voelden, maar niet onder woorden konden brengen.”

Tekst: Heleen Hupkens

Al vaker benadrukte Gert Biesta in zijn werk dat we een bredere kijk zouden moeten hebben op de doelen van ons onderwijs. Het gaat niet alleen om kwalificatie, stelt hij. Het onderwijs moet ook aandacht besteden aan socialisering en persoonsvorming (subjectificatie). Zijn boodschap werd gehoord, maar de discussie richtte zich al snel weer op de vraag naar de opbrengsten in deze domeinen. Biesta: “Deels in reactie hierop ben ik dan ook meer recent over de bedoeling van het onderwijs gaan spreken, om nog een diepere laag zichtbaar te maken en de discussie weg te houden van puur instrumentele visies op onderwijs.”

 

Goed onderwijs

“Goed onderwijs vraagt om een brede visie op de vorming van een persoon. Dit beeld is bij mij deels geïnspireerd door de vrijeschool,” vertelt Biesta. Zijn vier kinderen, inmiddels volwassen, bezochten de vrijeschool in Nederland en Engeland, waar hij in 1999 met zijn gezin naartoe verhuisde. “We hadden aanvankelijk geen ervaring met de vrijeschool, maar hadden wel het idee dat dit de vorm van onderwijs was die goed zou kunnen zijn voor onze kinderen. Voor sommige van onze kinderen bleek dat inderdaad zo te zijn.” Ondertussen is hij goed bekend geraakt met het vrijeschoolonderwijs.

Zijn verhaal is echter geen ‘vrijeschoolverhaal’. Het is een brede visie op waar het onderwijs aandacht aan zou moeten besteden. “In veel landen volgen ze beleidsmatig een smal spoor met veel prioriteit voor taal en rekenen. Veel van de mensen die in het onderwijs werken weten echter dat het daar niet alleen om gaat. Docenten zeggen me: ‘We worden afgerekend op examencijfers, maar we doen zoveel meer!’. En terecht. Ik doe wel eens een gedachte-experiment: wat zou er gebeuren als alle docenten daadwerkelijk eens een dag alleen zouden doen waar ze op afgerekend worden en niets anders dan dat? Ik denk dat het hele onderwijs uit elkaar zou vallen!”


Pedagogiek

Biesta constateert dat de pedagogiek in de Nederlandse wetenschappelijke wereld sterk is gemarginaliseerd. “De vragen rondom opvoeding en onderwijs zijn deels overgenomen door de ontwikkelingspsychologie die onderwijs en opvoeding vooral als een begeleiding van de kinderlijke ontwikkeling ziet, en deels door de onderwijskunde, die vooral naar de technische kant van het onderwijs kijkt, bijvoorbeeld naar de effectiviteit van interventies. De normatieve vraag over wat goed onderwijs is of zou moeten zijn, wordt daarbij niet vaak meer gesteld. Dat heeft iets te maken met de idee dat wetenschap niets met normativiteit van doen zou mogen hebben. Maar ook met een visie op wetenschap die dingen vooral in cijfers wil uitdrukken. Vragen over waarden hebben daar geen plek in.” Dit laatste is vooral kenmerkend voor de situatie in Nederland, volgens Biesta. In Engeland trof hij een hele andere academische cultuur aan, waar dit soort onderscheidingen niet op deze manier aan de orde zijn. “Normatieve vragen worden er gezien als legitieme vragen in onderwijsonderzoek.” En lachend: “Soms zeg ik wel eens dat er te weinig cijfers zijn in het onderwijsonderzoek in Groot-Brittannië!”

Helaas is dat niet direct van invloed op de onderwijspraktijk. Het onderwijs in Engeland wordt gestuurd door een conservatieve onderwijspolitiek, die sterk gericht is op afrekenen en presteren. Hoe verhoudt zich dat elkaar? Biesta: “De wetenschap bedient vooral docenten in dat systeem die weten dat er meer is. Die volgen een master om hun horizon te verbreden en in het systeem te overleven.” Hij ziet dat veel leraren teleurgesteld raken en na een aantal jaar het onderwijs verlaten, maar er zijn er ook die in staat zijn binnen het systeem te navigeren. “Er zijn leraren die ‘tweetalig’ worden, die hebben geleerd de taal te spreken van de politici en de inspectie, maar beschikken daarnaast over een taal die gaat over wat écht belangrijk is in het onderwijs.”


Volwassen willen zijn

Zijn favoriete formulering van de bedoeling van onderwijs en opvoeding is ‘kinderen te helpen om op een volwassen manier in de wereld te willen zijn’. Hij neemt onderwijs en opvoeding samen. “Het is verleidelijk om opvoeding in het gezin te plaatsen en onderwijs in de school. Ik gebruik liever de term ‘onderwijspedagogiek’ om het onderwijskundige en pedagogische bij elkaar te houden en daarmee uit te drukken dat de normatieve vragen altijd eerst komen.”

Volwassen zijn is volgens hem niet de uitkomst van een ontwikkelingsproces, maar een kwaliteit van hoe we in en met de wereld zijn. “Voor mij is het een existentiële kwaliteit die te maken heeft met de manier waarop we omgaan met onze wensen en verlangens. Als we echt in de wereld willen zijn, dus niet alleen ‘dikke ik’ willen blijven, moeten we iets met de ‘andersheid’ van de wereld. Biesta: “Daar opent zich een perspectief op volwassen in de wereld zijn, gebaseerd op de vraag of wat ik wens of verlang ook inderdaad wenselijk of verlangbaar is. Of het goed is, voor mijn eigen leven, mijn leven met anderen en mijn leven op deze planeet.” Hij ziet opvoeding en onderwijs vooral als plekken waar we met deze vraag zouden moeten kunnen oefenen. “Het is aan de leraren en ouders om hiervoor de mogelijkheden aan te bieden.”

Biesta spreekt in dit kader liever niet over verantwoordelijkheid. “Dat is voor mij iets als ‘je moet’, wat het snel in de sfeer van morele instructie brengt. Ik heb geprobeerd naar taal te zoeken die de dynamiek weergeeft.” Voor hem is het willen cruciaal, ook omdat onderwijs uiteindelijk gericht moet zijn op de vrijheid van kind en jongeren. “Het gaat er niet om kinderen en jongeren zo te trainen dat ze volwassen in de wereld gaan zijn -  dan blijft het een trucje dat op korte termijn wel kan werken, maar op lange termijn vermoedelijk niet -  maar om een verlangen te wekken om op die manier in de wereld te willen zijn.” De vorming van de wil is voor Biesta een super belangrijk vraagstuk. “Ik zie de wil als een kracht die zowel positief als negatief ingezet kan worden. Wat betekent het om mens te zijn in deze wereld? Dat is niet hetzelfde als motivatie, dat vanuit meer het ‘ik’ gedreven wordt. Juist op het gebied van de wil ligt een belangrijke opdracht voor het onderwijs en de opvoeding. Volgens mij heeft het vrijeschoolonderwijs hier als een van de weinige onderwijssoorten nog expliciet aandacht voor. Het zou mooi en belangrijk zijn als deze expertise zichtbaar en deelbaar gemaakt zou worden!”


risico onderwijsInfantiliserend onderwijs

Dat veel ouders, als tegenreactie op de prestatiegerichte cultuur op scholen, steeds vaker kiezen voor scholen die de persoonlijke ontwikkeling van kinderen hoog in het vaandel hebben, is volgens Biesta te begrijpen. “Maar,” waarschuwt hij, “kindvriendelijkheid kan snel omslaan in infantiliserend onderwijs. Onderwijs moet ook lastig zijn, confronterend, onderbrekend, zoals ik het wel noem. Niet om daarmee kinderen te onderdrukken of te beperken, maar vooral om ze te bevrijden uit een gevangen zijn in hun eigen wensen en verlangens.”

De gedachte dat we in de samenleving plekken moeten hebben om volwassenheid te oefenen, is vooral van belang wanneer die samenleving zelf infantiliserende trekken vertoont en ons niet voortdurend aanspreekt op onze volwassenheid. “Dat wordt zichtbaar in onze kapitalistische maatschappij, die er uiteindelijk op gericht is dat we meer spullen kopen door voortdurend nieuwe behoeften te creëren. Mode is hier het duidelijkste voorbeeld van. Het is interessant om te zien hoe bedrijven als IKEA en Apple de logica van de mode naar het domein van meubels en computers en telefoons hebben weten te verplaatsen, zodat we ook daar steeds maar nieuwe en andere dingen willen. In zo’n samenleving, die voortdurend tegen ons zegt dat we meer dingen zouden moeten willen, in plaats van ons de vraag stellen of dat wel goed voor ons is, is het belangrijk een vrijplaats te hebben waar een ander geluid gehoord kan worden. Daar ligt een belangrijke taak voor de school.”


Opdracht

Veel vrijescholen communiceren met de slogan ‘worden wie je bent’. Een aantrekkelijke slogan, vindt Biesta, maar voor hem bevat deze nog niet de juiste boodschap. Hij geeft de voorkeur aan ‘worden wie je moet zijn’. “Voor mij is het een soort opdracht. De wereld is geen winkel waar we even naar binnen lopen om te kiezen wie we willen zijn. Menszijn heeft alles te maken met de manier waarop we omgaan met hetgeen we op ons levenspad tegenkomen. Daar hebben we niet altijd in te kiezen. En we moeten ook niet de ambitie hebben om alles terug te willen brengen tot een keuze. Niet alles wat we in ons leven tegenkomen zal even prettig zijn of goed passen, maar zo blijft hetgeen dat écht iets van je vraagt niet buiten beeld. En het is in de manier waarop we die vragen op ons nemen, dat we iets realiseren van wat het betekent om mens te zijn.”

Gert Biesta is hoogleraar pedagogiek en onderwijskunde aan de Brunel Universiteit Londen en gasthoogleraar (kunst- en cultuureducatie) bij ArtEZ, Hogeschool voor de Kunsten, in Arnhem. Hiervoor werkte hij bij universiteiten in Luxemburg, Schotland (Universiteit van Stirling), Engeland (Universiteit van Exeter) en Nederland (Leiden, Utrecht en Groningen). Sinds begin 2015 is hij geassocieerd lid van de Onderwijsraad. Ook is hij een van de coördinatoren van SIG 25 van EARLI, de Europese vereniging voor onderzoek en leren en onderwijzen. Biesta studeerde pedagogiek en filosofie. Daarvoor was hij tien jaar natuurkundeleraar in het gezondheidszorgonderwijs.