Ouderbetrokkenheid op de vrijeschool: 5 insidertips

Op iedere school in Nederland helpen ouders bij het dagelijks reilen en zeilen, maar op vrijescholen wordt veelal een fijnzinniger beroep gedaan op ouders. Niet alleen op het faciliterende vlak. Ook omdat hun werk en aanwezigheid bijdragen aan het levend houden van de vrijeschoolgemeenschap. Hoe doen we dat met een steeds vollere agenda? Vijf tips.

Tekst: Manon Berendse
Foto: Fokke van Saane

 

1. Creëer common ground
Paul van Meurs, adviseur van de Begeleidingsdienst van Vrijescholen, vertelde tijdens een ouderavond over karmische verbondheid. “Kinderen die een klas vormen hebben iets met elkaar uit te zoeken. Ze zijn niet zo maar samengekomen en willen de groep bijeenhouden. Hetzelfde geldt voor ouders en opvoeders: zij dragen de schoolgemeenschap.”

Met het inschrijven van je kind word je vrijeschoolouder. Welke invulling je daaraan wilt geven, is een interessante vraag die nog niet vaak gesteld wordt bij binnenkomst. Terwijl uit onderzoek blijkt dat maar liefst 72 procent van de ouders zelf niet naar een vrijeschool ging. In het voortgezet onderwijs ligt dat percentage op 62 procent. Als meer dan de helft van de nieuwe ouders zoekende is of onwetend over het wat, hoe en waarom van hun vrijeschool, hoe werk je dan aan de schoolidentiteit? Vrijeschool Kairos stuurt daarom nieuwe ouders een welkomstbrief met de mededeling dat zij met de inschrijving van hun kind ook automatisch lid geworden zijn van de Oudervereniging, en innen een eenmalige contributie. Ook al was deze rechtsvorm nodig om de school vier jaar geleden te kunnen stichten – je geeft als school wel een helder signaal af. Wordt het niet tijd om ouders structureler te verwelkomen binnen de vrijeschoolgemeenschap?

 

2. Maak tijd vrij
“Gaan jullie kinderen naar de vrijeschool? Oh, daar moet je als ouder veel doen hè?”Herkenbare reactie? Het is vast waar, maar al dat doen heeft wel een dieper doel. Moeder Maaijke van Leeuwen-Mallee (Rudolf Steinerschool Alkmaar): “Het komt ergens vandaan dat er rituelen zijn die niet door een juf of meester uitvoerbaar zijn. Ze maken bijvoorbeeld zanddraken op het strand tijdens het Michaëlsfeest (ouders rijden wel), dansen rond de meiboom met pinksterbollen toe (door ouders gebakken) en zoeken gekookte en versierde (door de ouders) paaseieren (verstopt door ouders) in de duinen.” Dit klinkt misschien als faciliteren, maar die zanddraken, pinksterbollen, versierde eieren en taxiritjes zijn springplanken naar samen mogelijk maken, scheppen en reflecteren. Niet alleen op de kinderen, maar ook op jezelf. Dit is wat binnen vrijescholen ‘zelfopvoeding’ wordt genoemd. En dat, schetste Van Meurs, straalt weer af op de kinderen: “Werken aan jezelf is werken met de kinderen.”

Lotte Mennes (doorgewinterde vrijeschoolouder in Amersfoort) merkt dat het moeilijker wordt om ouders te motiveren om mee te doen. “Mensen maken minder tijd vrij. Daarom zijn we in Amersfoort gestart met de Academie voor Ouders. Een stukje achtergrondinformatie delen over waar je kind dagelijks mee bezig is, zélf de kunstvakken ervaren, zoals vormtekenen, nat-in-natschilderen, euritmie. Ik hoop dat het ouders stimuleert om er zo nu en dan te zijn op de school van hun kind.”

 

3. Blijf in contact met jezelf en elkaar
“Vergeet de grote concepten – het gaat erom hoe je in je dagelijks leven keuzes maakt. Waaraan geef je bewust energie? Daar begint de verbinding.” Aldus Rolf Winters, maker van de film ‘Down to Earth’, die onlangs werd verkozen werd door jury en publiek tot Nationale Onderwijsfilm van het Jaar. Merel de Vink, moeder van vier kinderen op Vrijeschool Vredehof in Rotterdam koos voor die verbinding: ze is actief als klassenouder en de motor achter de adventsmarkt. “Wat ik altijd als heel waardevol heb ervaren, is het grote overleg met álle klassenouders en leerkrachten samen, enkele keren per jaar. Je hoort veel en omdat je op elkaar bent aangesloten, los je samen ook veel op. Als je zichtbaar en aanspreekbaar bent, krijg je veel voor elkaar. Dat geldt trouwens ook voor leerkrachten en schoolleiders.” Maar het doet nog meer: vergaderen, koekjes bakken en sterren knippen maakt ook dat je elkaar leert kennen. Je durft je zorgen eerder te delen én kunt erom lachen. Maar die kansen voor uitwisseling zul je wel moeten organiseren. Anders blijf je overgeleverd aan willekeur en moet je het wiel steeds opnieuw uitvinden.

 

4. Durf van mening te verschillen…
Marika Ortmans, inmiddels vrijeschoolgrootmoeder, is er een warm pleitbezorger van. Ze startte de besloten Facebookgroep ‘Vrijeschool’ omdat ze het debat wil stimuleren tussen ouders, leerkrachten en (oud)leerlingen. De groep telt op moment van schrijven zo’n 4500 leden, maar groeit iedere dag. Ortmans: “Als bestuurder van een vrijeschool heb ik te vaak meegemaakt dat ouders nergens terecht konden met hun vragen – zelfs niet met hun klachten. Terwijl zij de eersten zijn die het merken als het op school niet lekker loopt. Over dat soort dingen wordt, nog steeds, te weinig gesproken. Terwijl een echte dialoog zo veel kan opleveren. Onderzoek waaraan behoefte is, durf dingen achter je te laten en met iets nieuws te beginnen. Ik bedoel: wanneer krijgen we nu eens een ander kerstfeest? Een Middeleeuws kerstspel opvoeren in een taal die nooit gesproken werd in Nederland vind ik een voorbeeld van vasthouden aan een oud patroon. En wat betekent het voor een curriculum dat steeds meer culturen en religies, maar ook zoiets als mindfullness in ons leven zijn gekomen?”

… maar voorkom bemoeizucht
Er is natuurlijk ook een grens, stelt Tim van Tongeren, vanuit Engeland. Zijn partner maakte het als Waldorfleerkracht mee dat een moeder erop stond dat er in haar klas een andere soort biologische bouillon werd toegelaten voor de wekelijkse soep die juf met de kleuters maakte. Niet vanwege een allergie, maar de voorkeur voor een ander merk. Van Tongeren: “Dan gaat participatie over in bemoeienis. Het vertrouwen en de capaciteit van de school moeten als stevige basis dienen. Er moet een open cultuur van bespreekbaarheid zijn, maar de ouders moeten niet op de stoel van de leerkracht of schoolleiding gaan zitten.” Rozemarijn Tigelaar, leerkracht bij Vrijeschool Utrecht, denkt dat iedere school zijn eigen ‘bouillonvoorbeelden’ wel kent. Tigelaar: “Vragen stellen kan altijd: waarom doen jullie het zo? Maar het overnemen kan niet. Er zijn grenzen aan wat je als ouder kunt inbrengen, en waar de school haar verantwoordelijkheid neemt voor de vormgeving van het onderwijs.”

 

5. Heb lief
Het codewoord voor inachtneming van die grens, is respect. Dat hoeft niet plechtig betoond te worden, maar blijkt vooral uit wat je met en voor elkaar doet. Floor van der Meulen, oud-vrijescholier en MR-lid van Vrijeschool Kairos liet weten dat er een moeder is op haar school die er met andere ouders voor zorgt dat er iedere maandag een pan verse soep gekookt wordt voor het lerarenteam. “Soms vergeten mensen wel eens wat leerkrachten allemaal doen voor hun klas, maar dat is gigantisch veel! Het fijne is dat ouders die overstappen naar het vrije onderwijs dat heel goed zien.” Dankbaarheid uiten kan een stuwende, socialiserende kracht zijn. En dan gaat de karmische vlieger van Van Meurs opnieuw op.

Dit is waarop Steiner doelde toen hij pleitte voor ‘een atmosfeer van liefde in elke klas’, op die ouderavond in 1921.1 “…je bereikt niets in het onderwijs en met de opvoeding in de school, als tussen de onderwijzer en het kind niet een bepaalde verhouding bestaat; de verhouding van echte liefde van de onderwijzer voor het kind en van het kind voor de onderwijzer.”

Het is een kunst om hier een eigentijdse invulling aan te geven, maar ouders kunnen daar met gezette tijden een bijdrage aan kunnen leveren. Zo belegde Vrijeschool Noord Oost Nederland op de Dag van de Leraar in 2016 een ontmoetingsdag voor leerkrachten, leerlingen en ouders. Samen brainstormden zij over de toekomst. Esther Klaassen, bestuurslid, kijkt terug op een rijke oogst die inmiddels vertaald is naar een nieuw beleid, leunend op twee kerndoelen. Eén van die kerndoelen werd aangereikt door een ouder: ‘liefdevol ontwikkelen’.2 Misschien is dat het verschil met honderd jaar geleden – dat ook hier de derde hoek kan schitteren.

 

Met dank aan allen die reageerden via Facebook.

1) De toespraak die Rudolf Steiner hield op 13 januari 1921 in Stuttgart is uitgegeven als minibrochure: ‘De wordende mens: een wonder! Een ouderavond met Rudolf Steiner’ € 3,- nearchus.nl

2) Het strategisch beleid van Vrijeschool Noord Oost Nederland inclusief inspiratiebronnen is te vinden via http://www.vsnon.nl/22/stichting/koers.html