Pasen – feest van sterven en herrijzen

Bij ‘lente’ denk je aan een teer groen waas over de bomen, zwellende knoppen, de eerste eendenkuikentjes in de sloot en huppelende lammetjes in de wei. Als de natuur weer tot leven komt, is dat een feest op zich. Ook Pasen is een lentefeest, ook daar gaat het om de vernieuwing van het leven. Maar het is een andere vorm van leven, dat met Pasen de dood overwint.

Tekst: Tineke Croese 

Naar geen seizoen kunnen we zo verlangend uitzien als naar de lente. Dat heeft vermoedelijk te maken met het seizoen dat eraan voorafgaat. Ook de winter heeft zijn aantrekkelijke kanten, van behaaglijk binnen zitten tot buiten plezier hebben in de sneeuw of op het ijs. Maar als er één seizoen is dat een einde moet hebben, dan is het de winter wel. We zijn dan voor voedsel aangewezen op voorraden. Die raken nu eenmaal een keer uitgeput. Tegenwoordig vliegen we groenten in uit andere delen van de wereld, maar die mogelijkheid bestaat nog niet zo lang. Dat maakt het begrijpelijk dat de lente vroeger werd begroet met een vreugde en opluchting die ook voor ons nog herkenbaar zijn. Want stel je voor dat het hele jaar net zo donker zou zijn als de winter! Daar moet je toch niet aan denken. De lente brengt behalve het leven ook het licht terug op aarde.

Al in de voorchristelijke tijd waren het ei en de haas lentesymbolen. Dat het ei naar nieuw leven verwijst, spreekt vanzelf. Bovendien geeft de ronde vorm aan dat het leven geen begin of einde kent, maar altijd doorgaat. De haas is een heel kwetsbaar dier, een echt prooidier dat door andere dieren gegeten wordt. Hij verdedigt zich voornamelijk door zijn grote vruchtbaarheid. De haas staat voor de levenskracht van de plantenwereld, die zichzelf onbaatzuchtig wegschenkt als voedsel voor dier en mens. Als paasei en paashaas zijn het ei en de haas ook bij de symboliek rond het paasfeest gaan horen. Ze laten namelijk ook iets zien van de essentie van Pasen. Het kuikentje moet, om verder te kunnen leven, eerst door een schaal van dode kalksteen breken. Van de haas wordt gezegd dat hij de plaats inneemt van een door jagers achtervolgde soortgenoot. De achtervolgde haas kan op adem komen doordat een ander zich voor hem offert: dat maakt de haas tot Christussymbool.

Nieuw begin
In de Oudheid waren de lentefeesten ook nieuwjaarsfeesten. De aarde begint in de lente immers aan een nieuwe levenscyclus, en zorgt daarmee voor het voortbestaan van de mens. Maar al die levensvormen die in de natuur ontstaan, zijn vergankelijk. Wat in de winter dood was, ontkiemt en groeit in de lente, komt in de zomer tot bloei en rijping, en wordt in de herfst geoogst ‒ maar moet in de winter onherroepelijk weer sterven.

Ook Pasen gaat over dood en opstanding, over sterven en opnieuw verrijzen. Maar het leven dat dan de dood overwint, is een onvergankelijke kracht in de mens. De opstanding van Christus is geen tijdelijk tot leven komen in de eeuwige cyclus van de natuur, maar rekent definitief af met de dood. Dat maakt Pasen moeilijk te begrijpen: hoe kun je de dood definitief overwinnen? De opstanding gaat in tegen alle natuurwetten. Het maakt Pasen tot een nieuw begin. Niet het nieuwe begin van een jaarcyclus, maar hèt grote keerpunt in de geschiedenis van de mensheid.

Schimmenrijk
Die geschiedenis begint bij de schepping. De frisheid van een pas geschapen wereld stel je je onwillekeurig voor als het prille, net ontluikende leven in de lente. En bijna vanaf dat eerste begin was ook de dood aanwezig in de schepping. Na de verdrijving uit het paradijs raken mens en natuur steeds meer in de greep van de dood. Voor de mens hield de dood op de eerste plaats in wat het nu ook nog inhoudt: het leven op aarde en het leven na de dood spelen zich af in twee gescheiden werelden. Maar op de tweede plaats werd het voor de ziel steeds moeilijker om in het leven na de dood haar weg te vinden. Volgens de mythologieën uit de tijd rond het begin van de jaartelling verbleef de ziel na de dood in een afgesloten schimmenrijk waar ze nauwelijks bewustzijn had van zichzelf. De hemelse wezens die de ziel wilden helpen, konden haar niet bereiken. Want in het schimmenrijk kwam je alleen door te sterven, en hemelse wezens sterven niet. Daarom nam Christus, een van die hemelse wezens, de taak op zich om mens te worden en als mens te sterven. Zo kon hij het schimmenrijk binnengaan en de macht van de dood breken. Lijden en dood van Christus getuigen van zijn volledige menswording, de opstanding getuigt van zijn overwinning op de dood. Tussen dood en opstanding voltrok zich een gebeuren dat in legenden en in sommige apocriefe evangeliën verteld wordt: toen Christus direct na zijn sterven in de duisternis van het schimmenrijk verscheen, was het of daar het licht van de zon opging. Het heldere licht van de Christuszon gaf de zielen ‒ en geeft ze nog steeds ‒ de kracht om hun eigen weg te zoeken in het leven na de dood.

Pasen
Christus bevrijdde door zijn dood en opstanding de oude schepping uit de macht van de dood. Die schepping kwam tot stand in zeven ‘dagen’. Met die ‘dagen’ worden de kosmische krachten aangeduid die bij de schepping betrokken waren. Zij waren in de week voor Pasen ook betrokken bij de vernieuwing van de schepping. Ze werkten namelijk in de gebeurtenissen van de Stille Week. Pasen valt na de Stille Week, en altijd op een zondag. Maar Pasen is ook een lentefeest. In de Oudheid werd het lentefeest gevierd op de dag van de eerste volle maan in de lente (dat is: als de zon in de kosmos door het lentepunt is gegaan). Pasen valt echter op de eerste zondag na de eerste volle maan in de lente. Dit samenspel van kosmische krachten maakt dat Pasen elk jaar op een andere datum valt: het wordt immers elk jaar op een ander tijdstip lente, en dat geldt ook voor het vol worden van de maan.

Het is niet moeilijk om het herleven van de natuur in de lente te vieren. Maar het is wel moeilijk om Pasen te ‘vieren’ ‒ de lichamelijke dood en opstanding kun je bij leven niet ervaren. De katholieke en oosters-orthodoxe kerken lieten de gelovigen het paasfeest beleven door hen veertig dagen streng te laten vasten. Door te vasten beperk je de levenskracht van je organen tot een minimum, en na enige tijd wordt je bewustzijn ongewoon helder. Zo kun je in je eigen organisme bij leven toch een vorm van dood en opstanding ervaren.

Een meer innerlijke vorm reikt het leven ons vaak zelf aan. Als je geconfronteerd wordt met verdriet, verlies en rouw, met depressies, traumatische ervaringen, of gewoon tegenslag – dan kan dat een doodsbeleven zijn. Midden in het leven beleef je je eigen Golgotha. Vaak ga je uit innerlijke noodzaak op zoek naar de zin van zulke ‘doodservaringen’, of minstens naar een manier om ermee te leven. Lukt dat, dan kan dat voelen als een opstandingsmoment, een sterke levenskracht. Ook dat is Pasen, en dat kan voor iedereen op een ander moment zijn.

 

Dit artikel is gepubliceerd in AM05, maart 2017. Wil je ook iedere drie maanden inspirerende artikelen ontvangen, neem dan een abonnement voor slechts € 29,95 per jaar.