Singing in the brain: muziektherapie werkt

Bespeel je een muziekinstrument? Heel gezond. Het werkt ontspannend en het geeft je veel voldoening. Volgens muziektherapeute Maartje Gilissen zou “iedereen het moeten doen.” Zij zet muziek  bijvoorbeeld in om gedragsveranderingen bij kinderen teweeg te brengen. Neurochirurg Erik Scherder laat in zijn boek Singing in the brain zien dat er bij het maken van muziek op heel veel verschillende gebieden in de hersenen activiteit plaatsvindt. Je traint je brein als het ware.

Tekst: Cisly Burcksen
Beeld: Michiel Wijnbergh

Al van jongs af aan bespeelt Maartje diverse muziekinstrumenten. Ze begon met de harp en sinds kort zit ze op drumles. “Dat is gewoon voor de lol, maar door mijn blik als muziektherapeut zie ik welke effecten het nog meer kan hebben, behalve dat ik goed leer drummen. Ik kan af en toe een nadenkend type zijn, maar het drummen vraagt om gewoon doen. Daar moet je juist niet te veel bij nadenken, want dan stagneert het ritme. Voor mij is dat dus een oefening in loslaten: je moet je letterlijk even laten gaan.” Ze studeerde in 2015 aan de Hogeschool Leiden af als muziektherapeut en werkt met verschillende doelgroepen: mishandelde mannen in een blijf-vanmijn-lijfhuis, maar ook dementerende ouderen en mensen met een verstandelijke beperking. “Je kunt het op heel veel gebieden inzetten. Met een net gepensioneerde cliënt die een zinvolle tijdsbesteding zoekt, werk ik niet aan een zorgvraag, maar meer aan een loopbaanvraag. Dan zet ik het meer coachend in. Tijdens een stage zag ik welke effecten het kan hebben op kinderen met autisme of ADHD. Met een licht autistisch jongetje dat slecht kon meekomen op het sociale vlak, speelde ik bijvoorbeeld op instrumenten met lang uitklinkende tonen. Hij mocht dan telkens pas iets doen als mijn toon helemaal was uitgeklonken en omgekeerd. Ik zag dat hij er lol in kreeg, interesse had voor wat ik aan het doen was. Zo leerde ik hem om op mij te letten en maakte ik spelenderwijs contact. “

 

Doelgerichte oefeningen
In plaats van bij ‘gewoon’ muziek maken, zet de muziektherapeut dit als middel in om aan een therapeutisch doel te werken. Ook bij ‘gewoon musiceren’ kun je doelgericht bezig zijn, maar dan staat het muzikale resultaat centraal. Dan is het doel bijvoorbeeld om zo goed mogelijk de vijfde van Beethoven ten gehore te brengen. “Je hoeft niet muzikaal te zijn om baat te hebben bij muziektherapie, omdat de muziek een middel is,” legt Maartje uit. “Vergelijk het met oefeningen die je krijgt bij fysiotherapie om bijvoorbeeld je elleboog te genezen. Ook dit zijn gezondmakende oefeningen. Voor mij is het zelfs makkelijker als mensen niet speciaal met muziek bezig zijn, omdat ze er dan blanco ingaan. En eigenlijk is trouwens iedereen muzikaal.¹ Met een laagdrempelige oefening kun je al iets bevredigends laten horen en ergens aan werken.“

 

(tekst loopt door onder foto)

 

Singing in the brain

Maartje is blij met de bekendheid van Erik Scherder, die in zijn boek Singing in the brain talloze voorbeelden geeft van de gezondmakende effecten van musiceren. Ze is het dan ook volmondig eens met zijn stelling dat iedereen muziek zou moeten maken. “Scherder betoogt dat het niet uitmaakt wat je doet, het is hoe dan ook gezond voor je brein. In zijn boek toont hij dat je op heel veel verschillende gebieden in de hersenen activiteit kunt zien bij iemand die muziek maakt. Die activiteit prikkelt iets in je hersenen, en dat kan nieuwe wegen aanleggen. Bij mensen met dementie valt bijvoorbeeld vaak de spraak weg, maar als je een lied inzet kunnen ze nog wel meezingen. Dat komt omdat muziek heel diep in het brein zit, dicht bij taal en spraak. Dementie is overigens wel een proces dat bij elke cliënt anders verloopt, dus het is lastig om daar algemene uitspraken over te doen. Wel kun je stellen dat je sowieso met hersenactiviteit je brein traint, als een soort spier.”

 

Denken, voelen, willen

Die onderzoeksresultaten uit Scherders boek zijn te koppelen aan antroposofische inhouden. “Een bekende drieslag uit de antroposofie is bijvoorbeeld ‘denken, voelen, willen’. In de muziektherapie koppelen we dat aan melodie, harmonie en ritme. Een melodie volg je met je aandacht, die gaat ergens naartoe. De verschillende tonen prikkelen je denken. Harmonie hangt meer samen met het gevoel. Met de akkoorden die je speelt, creëer je harmonieen die emoties weergeven: het maakt de muziek vrolijk, verdrietig of ontspannend. Het geeft kleur aan de muziek, dat heeft effect op het gevoel dat de luisteraar erbij krijgt. Het ritme hangt samen met de wil, het doen. Als er ergens een beat is, ga je vanzelf meebewegen. En je hebt je lijf nodig om een ritme te maken. Onderzoek naar hersenactiviteit bevestigt dat inderdaad in je brein te zien is dat je precies dat aanstuurt als je een ritme hoort. Dankzij Scherder komt dat nu bij een groot publiek onder de aandacht. Het laat zien dat muziektherapie werkt.”

 

1 Onderzoek heeft aangetoond dat veel aspecten van muzikaliteit bij vrijwel iedere mens aangeboren zijn. Henkjan Honing geeft hiervan een overzicht in zijn boek Iedereen is muzikaal.

 

Dit artikel is gepubliceerd in het AM nummer 9, maart 2018.

 

We hebben nog meer interessante artikelen voor je, klik hier!