Voeding leeft

Brood webWat ligt er eigenlijk op je bord? Je kunt naar die boterham kijken als een samengesteld geheel van koolhydraten, eiwitten, vetten, vitaminen en mineralen, maar als je verder kijkt ontdek je dat dezelfde boterham, die gemaakt is uit een volle tarwekorrel, ook ‘vol’ zit met productspecifieke en perfect op elkaar afstemde levensprocessen.
Kortom: voeding leeft.

Tekst: Petra Essink

We hebben de afgelopen decennia veel kennis opgedaan over de inhoud van onze voeding. Levensgevaarlijke ziekten als scheurbuik en Beriberi werden naar het verleden gebonjourd. We hebben nu een veilige warenwet inclusief etiketteringsplicht: we weten wat er in ons eten zit.
De scope werd in de loop der jaren steeds specifieker. Het gaat nu over de celkern en haar genetisch materiaal. Dit maakt de ontwikkeling mogelijk van technieken als genetische manipulatie, nanotechnologie en therapieën, zoals de orthomoleculaire geneeskunde. Technieken en therapieën die volgens de betrokken wetenschappers en artsen van onschatbare waarde kunnen zijn voor de samenstelling voor ons menu van de toekomst.

 

DE NATUUR KAN IETS WAT WIJ ONMOGELIJK KUNNEN NABOOTSEN

 

Voeding is hot; vooral biologisch, biodynamisch en/of lokaal geproduceerde voeding doen het goed in de bonte stroom aan actuele voedingsadviezen. Waarom vinden we onbespoten vollegronds voeding uit je eigen omgeving zo gezond? Veel mensen antwoorden dan enthousiast en overtuigd dat die vol levenskracht en vitaliteit zit. Maar... als je dan doorvraagt wáárom die voeding dan zo vitaal en levenskrachtig is, vallen ze vaak toch weer terug op ‘de stofjes’: “Omdat er veel vitaminen en mineralen in zitten,” krijg je vaak te horen. Vaak aangevuld met: “Er zit geen gif in!” De meer gestudeerde bio-eters antwoorden genuanceerder. Bijvoorbeeld zo: “Biologische voeding bevat meer bio-flavonoïden en antioxidanten, en is rijk aan meervoudig onverzadigde vetzuren.”

Stofjes
Zijn het inderdaad de stofjes die ons gezond maken? En zijn het de ongezonde stofjes, zoals resten bestrijdingsmiddelen, die onze vitaliteit ondermijnen? Zit vitaliteit werkelijk verborgen in losse voedingsstoffen?
De huidige voedingswetenschap maakt geen onderscheid tussen dode materie en aan de natuur ontsproten levende voeding. Toch zijn er een paar in het oog springende verschillen. Ik leg het graag uit aan de hand van een voorbeeld. Je kunt een computer of een uurwerk tot op het laatste schroefje demonteren om het daarna vanuit de losse onderdelen opnieuw in elkaar zetten. Wel even je hoofd er goed bij houden en de onderdelen netjes orden, maar na de reconstructie werkt hij weer als een trein. Voor een in losse voedingsstoffen ontleedde appel is een dergelijke wederopbouw onmogelijk. De ingrediënten zoals die staan vermeld op een voedingswaardetabel kunnen onmogelijk terug worden gestopt. De natuur kan iets wat wij mensen onmogelijk kunnen nabootsen.

Geheel
De levende natuur heeft zo haar eigen wetten wat betreft de ‘samenstelling’ van haar producten. Eén ervan is dat een gewas of dier zich ontwikkelt in een door de natuur bepaalde volgorde. Of het nu gaat over een doperwt, een gehaktbal of een radijsje; de ontwikkeling van eten begint altijd met een zaadje dat binnen een grotendeels vastgelegd tijdstraject uitgroeit tot een oogstrijp product. Een aan de natuur ontsproten voedingsmiddel is dus altijd een ritmisch samengegroeid geheel, en daarom wezenlijk anders is dan een door de mens samengesteld product.
De moderne, zich op de (micro-)ingrediënten toespitsende voedingswetenschap, heeft niet alleen vooruitstrevende en succesvolle resultaten gebracht. We zijn ook iets uit het oog verloren, namelijk onze aandacht voor het geheel. We kennen de geanalyseerde inhoudsstoffen, maar wat zeggen die over ‘het bouwwerk’ van een plant of een dier als levend geheel? Zoals een enkele spreeuw of regenwulp niets kan vertellen over de wonderbaarlijke patronen die de zwerm waarin hij meevliegt in de lucht maakt, zo kan een enkel aminozuur of vetzuur niets zeggen over het geheel van de unieke vitaliteitswaarde van een plantaardig of dierlijk voedingsproduct, die een appel tot appel maakt, een bloemkool tot bloemkool of een kogelbiefstuk tot kogelbiefstuk.

Voeding leeft
Levende organismen lijken op het eerste natuurwetenschappelijke gezicht op met voedingssubstanties opgevulde ‘objecten’, maar als je beter kijkt ontdek je dat voeding leeft.
En eigenlijk weten we dat ook wel. Het woord substantie komt namelijk uit het Latijn. ‘Sub’ betekent ‘onder’ en ‘stantie’ komt van ‘stare’ wat ‘staan’ betekent. Substantie is letterlijk: ‘onder staan’. Niet de stoffen zijn van primair belang voor onze gezondheid, maar datgene waar ze onder staan, datgene waarvan ze een uitdrukking zijn: het leven. Als je dit snapt, zeg je nooit meer dat een biologisch (dynamische) wortel zo gezond is omdat er zoveel vitamine A in zit, en zo heerlijk weinig gif.
Wat kun je dan wel zeggen? Tja, de woorden voor het levende aspect van voeding moeten nog een beetje uitgevonden worden. Ik probeer het met termen als energie, levenskracht, vitaliteit, robuustheid of veerkracht. Al deze woorden vertellen een stukje van het verhaal. Maar ik weet uit ervaring dat het niet meevalt om het belang van het ‘samengegroeide aspect van voeding’ over het voetlicht te krijgen. Daarom een oproep aan alle wijze voedingswetenschappers: veel dank voor al jullie analyses en de daaruit voortgekomen kennis, maar wordt wakker! Een heel nieuwe dimensie van voedingskwaliteit, die wel eens van groot belang kan zijn voor de gezondheid van de toekomst, staat te popelen om ontdekt te worden, namelijk die van ‘het Leven’. Help ons met het in kaart brengen en verwoorden van wat we eigenlijk allang weten!

Petra Essink is voedingsdeskundige, www.petrapen.nl. Op dit moment werkt ze, samen met Paul Doesburg aan een boek met de titel ‘Vitale Voeding, Barstensvol Leven’. Dit verschijnt in het najaar van 2016 bij uitgeverij Christofoor.

Dit artikel is gepubliceerd in Antroposofie Magazine, maart 2016