Kneedbare hersenen

De komende maanden ga ik een aantal blogs schrijven over onze hersenen. Sommige wetenschappers houden vol dat wij onze hersenen zijn en geen vrije wil hebben. Dat klopt niet. Wij zijn niet onze hersenen, maar we vormen ze, om ze vervolgens steeds beter als instrument te kunnen gebruiken. Wij mensen kunnen nee zeggen tegen wat onze hersenen ons voorschotelen. Rudolf Steiner had dat op 2 december 1917 al door toen hij zei: “Als de zenuwen niet onderbroken zouden zijn geweest, zouden wij niet ingeschakeld kunnen zijn in de werking van de hersenen. Daardoor zijn we er zelf bij.”

De Spaanse histoloog (weefselonderzoeker) Ramon y Cajal zag dankzij een nieuwe manier van kleuring van hersenweefsel dat hersenen niet, zoals tot dan toe gedacht, uit een aaneengesloten netwerk van zenuwvezels bestond, maar dat de op elkaar volgende zenuwen elkaar net niet raken. Consternatie alom! De verbinding die de geleiding van de elektrische prikkel van de ene zenuw naar de andere moet verzorgen bestaat dus uit een spleet (synaps)! Niemand die toen nog snapte wat daar aan de hand was, laat staan wat de verreikende betekenis van deze vondst was. Al had Ramon y Cajal blijkbaar al wel een idee toen hij in een lezing zei dat “mentale oefening bijdraagt aan de ontwikkeling en de groei van zenuwen in de hersenen”. Het werd in de jaren tachtig een stuk duidelijker, dankzij onderzoek op de zeeslak. Dit beest kan zo groot worden als een klein katje, maar heeft weinig zenuwcellen in zijn ‘hersenen’, die wel weer erg groot en dus goed te bestuderen zijn. Het was de tijd waarin men dacht dat gedrag aangeleerd wordt door beloning en straf. Psychiater Eric Kandel gaf de ene slak een stroomstoot, zodat deze er vandoor schoot. Bij de volgende aanrakingen maakte hij zich dus ook snel ‘uit de voeten’. Een andere slak aaide hij over zijn kieuwen, die dat zelfs prettig leek te gaan vinden. Kandel zag vervolgens ter plaatse van de synapsen grote verschillen ontstaan. Dit bleek af te hangen van de sterkte van de prikkel, die ervoor zorgde dat er boodschapperstoffen (neurotransmitters) van de ene kant van de synaps naar de andere kant, de volgende zenuw, overstaken. Hoe meer boodschapperstof, hoe meer kans op extra synapsverbindingen. Het leren van gedrag leek dus een automatisch proces.

Bij een slak kun je je dat voorstellen, maar hoe zit het dan bij de mens? Veel neurowetenschappers denken dat het ook bij ons gaat om een automatisch biologisch proces. Eigenlijk zou dat betekenen dat wij willoze zombies zijn. In 2003 publiceerde de neurowetenschapper Joseph Ledoux zijn boek ‘The synaptic Self’, waarin hij tot op de laatste molecuul uitlegt wat er gebeurt in de synapsen. Elke ervaring die wij hebben of zelf veroorzaken zorgt ervoor dat bepaalde synapsverbindingen worden versterkt en andere verzwakt, zodat die ervaring als het ware zich een nieuwe weg baant in het zenuwnetwerk van de hersenen. Er ontstaan nieuwe circuits. Hij gaf zijn boek dan ook de ondertitel ‘Hoe onze hersenen worden wie wij zijn’ mee. Dat is andere koek dan automatisch reageren. Hij zegt eigenlijk dat wij zelf onze hersenen vormgeven. Dat wordt de plasticiteit (‘kneedbaarheid’) van de hersenen genoemd. Ramon y Cajal had dat al voorzien: wij kunnen dat zelf actief doen.