Dwarslopers: van toeval naar motief

Op de Vrije Hogeschool, tijdens de Studium Generale van 1 februari 2018, vond de aftrap plaats van Dwarslopers; het platform voor jonge mensen, waarbij zij op zoek gaan naar identiteit. Imre Ploeg vertelt hoe Dwarslopers is ontstaan, waar Dwarslopers over gaat en wat we kunnen verwachten, in elk geval de komende maanden…

 

Op maandagavond 28 augustus 2017 kwamen er op de Vrije Hogeschool veertien mensen bij elkaar. Het waren vertegenwoordigers van drie verschillende groepen jongeren in Nederland: het Haarlems Studenten KoorKamerkoor JIP uit Utrecht en de Vrije Hogeschool. De aanleiding om een avond samen door te brengen waren enkele droge feiten:

 

  • Het Haarlems Studenten Koor bestaat dit jaar 10 jaar en wilde het jubileum vieren.
  • Kamerkoor JIP bestaat dit jaar 5 jaar, organiseert nu het 10e koorproject en wilde dit jubileum vieren.
  • De Vrije Hogeschool heeft geen jubileum te vieren maar is in het algemeen blij dat het bestaat en wil graag andere mensen bij de organisatie betrekken.

Tijdens de avond onderzochten de drie organisaties hoe ze deze feiten bij elkaar konden brengen in een gezamenlijk project. En daarmee werd de eerste paradox van dit project rondom identiteit geboren:

Het Haarlems Studenten Koor is trots dat ze 10 jaar bestaat en wil duidelijk maken waar ze voor staat. Het doel voor het koor was om in dit jubileum te laten zien wat het HSK is, wat de blauwdruk is, wat de identiteit is. En de paradox van hun werkwijze is: dat doet het koor door samen te gaan werken met andere kunstenaars en organisaties, die ieder een andere identiteit hebben.

Laten we het tienjarig jubileum eens vergelijken met de verjaardag van een mens. Ik zal mijzelf opnieuw als voorbeeld aandragen, ik ken tenslotte het verleden van mijn eigen leven het beste. Toen ik vijfentwintig werd besloot ik dat ik niet ieder jaar mijn verjaardag wil vieren, maar iedere vijf jaar. Ik organiseerde een groot diner concert met Indiaas eten en nodigde mijn gasten uit om elkaar te ontroeren en vermaken met liederen, gedichten, verhalen en grappen. Zelf had ik niet de minste behoefte om in de spotlight te staan en ik deed die avond alleen enkele kunstjes uit beleefdheid en dankbaarheid dat de anderen gekomen waren. Je zou kunnen zeggen: met het vieren van mijn verjaardag wilde ik niet zichtbaar maken wie ik was geworden in die vijfentwintig jaar, maar wilde ik zichtbaar laten worden wie de anderen zijn rondom mijzelf. Ik definieerde wie ik was door vijftig andere mensen samen te laten komen en zich te laten zien en horen.

Misschien, zo bedenk ik mij, wil het Haarlems Studenten Koor zich ook wel definiëren door aan zichzelf te laten zien wie er om hen heen staan, wie zich met het Haarlems Studenten Koor hebben verbonden in het verleden, en willen verbinden in de toekomst. Maar, als je wil vieren dat je bestaat, is het dan wel genoeg om dat te doen door het zichtbaar maken van de mensen die om je heen staan? Moet je niet ook definiëren wie je zelf bent? Moet het Haarlems Studenten Koor niet een bewijs leveren van wie ze zelf is?

Definiëren wie je bent, ik vind het maar een lastige opgave. In het woordenboek staan definities. Volgens het woordenboek is identiteit het bewijs dat je de persoon bent voor wie je je uitgeeft. Maar hoe bewijs je dat?

We hebben allemaal een identiteitsbewijs. Maar geen van de feiten in mijn paspoort geeft mij informatie over wie ik nu, vandaag ben. Er staan in mijn identiteitsbewijs enkel feiten die iets zeggen over aspecten van mezelf waar ik juist geen enkele invloed op heb gehad. Niets van de gegevens in mijn paspoort geeft mij de indruk dat ik een eigen identiteit heb, want juist deze gegevens laten zien dat de Ander mij heeft ingevuld. En als er iets is dat mij een gevoel van leegte geeft is het wel het gevoel dat de feiten die maken dat ik een identiteit heb, feiten zijn die mij door andere mensen zijn aangedragen. Ben ik dan zelf wel iemand? Ja, ik weet wel dat ik iemand ben. Maar kan ik bewijs aanleveren over wat vanuit mijzelf komt en niet door mijn omgeving wordt bepaald? Ik weet het niet. Ik kan het voor mezelf niet bepalen en beroep mij daarom maar op anderen.

Zo citeer ik Lieke Marsman“Men ziet vaak het moment waarop een kind merkt dat er dingen aan hem of haar veranderen als het moment waarop een besef van identiteit krijgt, maar voor mij was het juist het moment waarop ik besefte niet iets of iemand anders te kunnen zijn, dat ik mezelf voor het eerst aan een kritische inspectie onderwierp. Wie niemand anders kan zijn, moet ervoor zorgen dat hij in elk geval zo goed mogelijk zichzelf is.”

Maar hoe zorg je ervoor dat je zo goed mogelijk jezelf bent? Als ik niet weet wat het zelf is, hoe kan ik dat dan zijn? Ik weet dat ik mezelf wil zijn, dat wel. Ja, ik ben zelfs bang voor het moment dat ik mezelf verlies. Of, zoals de Deense filosoof Soren Kierkegaard omschrijft: Het grootste gevaar, namelijk zichzelf te verliezen, kan in de wereld zo stilletjes gebeuren alsof het niets te betekenen heeft. Geen verlies kan zo stil heengaan; ieder ander verlies: een arm, een been, vijf euro, een echtgenote, enzovoorts, wordt echter wel bemerkt.

Ik denk dat we allemaal de angst wel kennen om onszelf te verliezen. Je kunt jezelf verliezen door te drinken, of teveel te eten, of hartstochtelijk een ander lief te hebben, of door het gevoel te hebben dat de ander je in bezit neemt. In de afgelopen maanden werd die angst ook zichtbaar in de samenwerking tussen de verschillende groepen in dit project. In iedere organisatie ontstonden er wel momenten waarop de mensen elkaar aankeken en met verschikte ogen uitbrachten: “maar als we op deze manier met die andere organisaties samenwerken, kunnen we dan nog wel onszelf zijn?”. Niets lijkt zo bedreigend als de stille en onzichtbare angst dat je jezelf verliest. Maar hoe kan ik ervoor waken dat ik mezelf niet verlies, als ik niet weet wie ik ben, vraag ik mijzelf opnieuw?

De Franse filosoof en wiskunde René Descartes was bepalend voor de westerse filosofie met zijn filosofische stelling “Cogito ergo sum”; ik denk dus ik besta. Het enige waarvan ik zeker weet dat het bestaat, zo zei hij, is datgene in mij wat denkt. Dat is wat ons als mensen onderscheid van de wereld der objecten. De geest, het subject, maakt ons tot mensen, die kunnen registreren wat er in de wereld van objecten gebeurt. Ik denk dat het vandaag de dag heel moeilijk is die stelling te verdedigen. Of zoals Milan Kundera het veel beter kan verwoorden dan ik zou kunnen:

“Ik denk, dus ik besta” is de uitdrukking van een intellectueel die kiespijn onderschat. Ik voel, dus ik besta is een veel algemenere waarheid, die slaat op al wat leeft. Mijn ik verschilt niet wezenlijk van het uwe door wat het denkt. Veel mensen, weinig gedachten: wij denken allemaal vrijwel hetzelfde en nemen elkaars gedachten over, lenen ze, stelen ze. Maar als iemand op mijn tenen trapt, ben ik de enige die pijn voelt. De grondslag van het ik is niet het denken, maar het lijden – het allerelementairste gevoel. In het lijden kan zelfs een kat niet twijfelen aan haar onverwisselbare ik. In groot lijden vervaagt de wereld en is ieder van ons alleen met zichzelf. Het lijden is de universiteit van het egocentrisme.”

Ja, we leven in een tijd waarin alle kennis inwisselbaar lijk te zijn. Het internet zorgt ervoor dat alle wetenschap aan onze voeten ligt, in haar volledige tegenstrijdigheid. Kunstmatige intelligentie doet haar intreden; over enkele decennia zijn er kunstmatige wezens die veel intelligenter zijn dan wij. Wezens die een beter geheugen hebben dan ik. Wezens die geen last hebben van de oogkleppen die ik op heb vanuit mijn culturele bubbel, waarin ik mij bevind. Wezens die misschien zelfs wel minder tegenstrijdig zijn dan ik. Want tegenstrijdig, zijn we dat niet allemaal? Als mens in 2018 kunnen we putten uit vele bronnen. Onze identiteit, zo stelt filosoof Charles Taylor, is het resultaat van de vermenging van een veelheid aan bronnen. Zonder bronnen van kennis is er geen inspiratie, kortom, geen identiteit.

Maar het moeilijke in deze tijd is dat er bijna geen grote verhalen zijn die ons richting kunnen geven. We kunnen al lang niet meer vertrouwen op het grote verhaal van het Christendom, die ons kan leiden in onze zoektocht. We kunnen niet vertrouwen in het verhaal van een eenheid, die alles in ons leven met elkaar verbindt. Ja, misschien leven we wel in een tijd voorbij het voorlopige einde van de grote verhalen.

Ik verstom en vertel zelf ook geen grote verhalen meer de laatste tijd. Want met een oneindigheid aan kennis voor mijn voeten, zal ieder groot verhaal worden ingehaald door nieuwe kennis, die het tegenovergestelde van mijn verhaal bewijst.

Als mijn denken niet mijn identiteit is en dat voor mijn ogen wordt verpletterd, ontstaat er in mij een stilte. Wat bestaat er in mij, los van mijn denken? Niets kan zo eenzaam maken als de verdrietige angst dat er een mogelijkheid is dat je niets betekent. We zoeken allemaal naar betekenis en eigenheid. Maar hoe vinden we die?

We definiëren onze identiteit vaak door ons te onderscheiden van de ander. Zo houd ik bijvoorbeeld meer van pindakaas dan van chocoladepasta. Daarmee onderscheid ik mij van die helft van de wereld die meer van chocoladepasta houdt dan van pindakaas. Het negatieve effect is dat ik nu des te meer lijk op de helft van de mensheid die meer van pindakaas houdt.

Wie zijn wij? Waar halen we onze menselijke identiteit vandaan? In jezelf geloven is onlosmakelijk verbonden met in de wereld geloven. Om in jezelf te leren geloven moet je de wereld leren kennen. Om de wereld te kunnen leren kennen is het nodig in jezelf te geloven. De zoektocht naar je eigen identiteit, of dit nu is als mens of als organisatie of als cultuur, start bij het openen van dat wat er in je leeft naar de ander toe.

De feiten uit de geschiedenis van het Haarlems Studenten Koor, Kamerkoor JIP en de Vrije Hogeschool vormen een blauwdruk van hun identiteit. Maar het ís niet de identiteit. We zoeken naar onze identiteit, in de wetenschap die nooit te zullen vinden, omdat  identiteit bewegelijk en aan verandering onderhevig. De zoektocht naar identiteit is in mijn ogen niet een egocentrische vrijetijdsbesteding, maar een diepe en essentiële zoektocht naar betekenis, verbinding en liefde in de wereld van nu.

En zo heeft die ene avond op 28 augustus 2017 kunnen leiden tot de oprichting van het Dwarslopers platform, waarin honderden jongeren hun persoonlijke verhalen en maatschappelijke vragen met elkaar delen, culminerend in het Dwarslopers Festival Haarlem (9 juni) en het Dwarslopers Festival Utrecht (16 juni).

 

Meer berichten van de Vrije Hogeschool lezen?